Python les 1: start met Python

Pagina

Welkom bij je eerste les over Python! In deze les zien we al vrij snel resultaat: we gaan Python van alles op het scherm laten schrijven. Ook maken we kennis met objecten die we nog vaak gaan gebruiken: variabeles. Om te beginnen open je een leeg bestand, zoals hier staat aangegeven.

Je eerste regel code in Python!

Om te beginnen met Python is het handig om te weten hoe je tekst laat zien op het scherm. Dit gaan we doen met het commando print. Het werkt heel simpel. Type het volgende maar eens in je lege bestand:

print(‘Mijn eerste regel code in Python!’)

Om je programma uit te voeren ga je naar
Run > Run module of druk je op F5 op je toetsenbord. Geef je programma een naam en sla het op. Nu verschijnt in de Shell de tekst:

Mijn eerste regel code in Python!

Ga weer naar je code en probeer in plaats van deze tekst je naam te printen.

Algemene syntax voor commando’s

Zoals je hier boven kunt zien betstaan het commando print uit verschillende delen. Deze manier van schrijven geldt voor vele andere commando’s in Python. In onderstaand lijstje zie je hoe het commando is opgebouwd.

  • Geef de naam van het commando: print
  • Open haakjes: print(
  • Vul eventuele argumenten in: print('Foo'
  • Sluit de haakjes: print('Foo')

Er zijn uitzonderingen, maar die worden appart besproken.

Snap je het commando print nog niet helemaal, lees dan bovenstaand lijstje nog eens goed door. Daarna kun je verder lezen.

Introductie op variabeles

Zometeen gaan we Python om je naam laten vragen en je dan laten begroeten. Om Dat handig te kunnen doen, is het handig om het principe van variabeles te snappen. Als je dat nog niet gedaan hebt, is het handig om eerst “Variabele” in de lijst met termen te bekijken.

Een variabele maken is eigenlijk heel simpel. Type dit maar eens onder je huidige programma:

variabele = ‘Mijn eerste variabele!’
andereVariabele = ‘Mijn andere variabele!’

Vergeet de ‘-tekens niet.

Wat je eigenlijk doet, is de naam van een variabele typen, daarna type je “=” (met een spatie ervoor en erna) en daarachter type je de waarde. Let op dat je niet in plaats van “=”, “==” typt, want dan krijg je een NameError.

Variabeles oproepen

Variabeles oproepen klinkt heel speciaal, maar het is niet meer of minder dan de naam van een variabele typen nadat je je hebt gemaakt. Probeer dit maar eens in de Shell:

>>> var = ‘foo’
>>> var
‘foo’

Je ziet dat var wordt weergegeven in de Shell.

Variabeles printen

Nou werkt bovenstaand voorbeeld alleen maar in de Shell. Dus ga je doe je dit in je zelfgemaakte bestand, dan zal er niks gebeuren. Maak in je eigen programma maar eens een variabele naam waar je je eigen naam in stopt. Daarna print je hem op het scherm. Let op dat je geen ‘-tekens gebruikt bij het oproepen van je variabele: die zitten immers al in je variabele om aan te geven dat je naam een string is. (Doe je dit wel, dan print Python 'naam' en dat wil je niet.)

Gelukt? Zo nee, kijk dan of je een van onderstaande errors krijgt.

NameError: Kijk of je je variabele de zelfde naam hebt gegeven als die in je print-commando. Werkt dat niet, kijk dan of je naam pas op het eind van je programma print. Werkt dat ook niet, kijk dan of print gekleurd is in je programma (als je de standaard versie van Python gebruikt). Is het gewoon zwart, check dan je spelling in het commando print.

SyntaxError: Kijk of je de haakjes niet bent vergeten, zowel openen als sluiten.

Snap je tot nu toe nog alles, dan kun je verder!

Project #1: groet iemand!

Laten we beginnen met ons eerste project! Maak hiervoor een nieuw bestand aan.

Type je iets in de Shell terwijl je programma bezig is zal Python daar niets mee doen. Om Python iemand te laten groeten hebben we echter wel een naam nodig. Om die te krijgen moet er toch echt een string gelezen worden. Dat doe we met input. Qua syntax werkt het precies hetzelfde als print. input geeft een string terug, dit kan in een variabele. input heeft slechts 1 argument: een vraag. Deze wordt op het scherm gezet en moet per se een string zijn. Dat wat er ingetypt wordt wordt als string teruggegeven en kan dus in een variabele gezet worden.

Pak je nieuwe bestand erbij en maak daarin de variabele naam. Daar stopt je een input in die om je naam vraagt. De vraag mag je zelf bedenken. Python zal, als je het programma uitvoert, pas verder gaan als je op enter hebt gedrukt nadat je je naam in hebt getypt.

Om te controleren of je programma tot nu toe werkt, voer je het uit en type je in de Shell naam. Werkt je programma niet, dan staat aan het einde van dit hoofdstuk een voorbeeld van hoe je programma er uit zou kunnen zien.

Nu wil je dat Python antwoordt met een groet. Dat gaan we doen met:

print(‘Hallo, ‘ + naam + ‘!’)

Uiteraard mag je de tekst aanpassen.
Wat je hier zegt is in normaal Nederlands iets als: “Zet de combinatie van Hallo, de naam en een uitroepteken op het scherm.” Het veranderen en combineren van strings gaan we later behandelen.

Sla je project op en voer hem uit.

Hieronder staat de code die je uiteindelijk geschreven hebt onder elkaar:

naam = input(‘Hallo, type hier je naam en druk dan op Enter. ‘)
print(‘Hallo, ‘ + naam + ‘!’)

De tekst van jou kan iets anders zijn dan deze tekst. dat is niet erg, dit is maar een voorbeeld.

Als je dit uitvoert, zou het er zo uit moeten zien:

Hallo, type hier je naam en druk dan op Enter. Mr. Foobar
Hallo, Mr. Foobar!

Samengevat

Je kunt nu:

  • Tekst printen
  • Variabeles maken
  • Variabeles oproepen met print
  • Gebruikersinput lezen

Als je alles snapt, dan kun je naar deel 2!